Om een camperkenteken te bemachtigen stellen de RDW en belastingdienst een aantal eisen. Zo moet het busje een plek hebben van tenminste 170cm hoog. Dit betekent voor een VW transporter dus er het één en ander verbouwd moet worden. Om dit item te kunnen afvinken van ons to-do-lijstje zijn wij bezig gegaan met het inbouwen van een hefdak – de eerste grote aanpassing aan ons mooie busje.

Om aan de minimale hoogte te voldoen heb je een aantal opties. Zo is er het pop-up dak, een hefdak, of een slaaphefdak. Voor elk type zijn er ook weer verschillende modellen – plat, lang, groen met roze stippen, er is veel mogelijk.
Wij zijn gegaan voor het ‘superplatte hefdak’ van Atrion: http://www.dubbelcabine.com/hefdaken. Dit kostte ons uiteindelijk €1075,- exclusief montage. Die montage – dachten we – doen we wel eventjes zelf, dat scheelt weer €400,-. Volgens Jaap, de meneer die bij Atrion de boel runt, kon een beetje handig iemand dat dak er wel inzetten, en handig, dat zijn wij zeker!
Helaas hadden ze hem niet in onze mooie smurfblauwe kleur, dus we zijn voor een zilver modelletje gegaan. De eerste keuze viel eigenlijk op zwart, maar ons werd meegedeeld dat dit een soort tent-in-de-zon-effect* teweegbrengt; een weekend Lowlands heeft ons geleerd dat dat niet echt plezierig wakker worden is.

Oké, dus we namen het dak achterin mee. Maar hoe nu verder? Het dak helemaal zelf erin zetten leek ons toch wel een beetje ambitieus, dus we besloten wat hulptroepen in te schakelen; een vriend van ons werkzaam in de automonteur-branche durfde het wel aan. Er zat een keurige gebruiksaanwijzing bij de monatge-set van het dak, voorbeeld-foto’s en al. Dus, zo gezegd zo gedaan, planden we een zaterdagje vrij om het dak er in te gaan zetten. En toen zat er ook al snel een immens gat in ons dak; geen weg meer terug!


We kwamen er al gauw achter dat er toch wat meer bij kwam kijken dan we van tevoren hadden ingeschat. Zo hebben we het gat eigenlijk net iets te groot gemaakt, waardoor we nog op het nippertje geen compleet nieuw dak hoefden aan te schaffen. Het hele proces kostte ons toch ook wel iets meer tijd dan we verwacht hadden, we zijn er nu zo’n twee volle dagen mee bezig geweest. Ik was tegelijk ook nog bezig met de matrassen (verslag hiervan volgt nog) en het bed, en we wilden dit alles toch wel graag binnen een week af hebben. Deze tijdsdruk was uiteindelijk toch wel de grootste stresfactor.
Het hefdak bleek al met al een flink hoofdpijn-dossier. Lekt het niet? Krijgen we het op tijd klaar? Bij wie kunnen we terecht voor lassen/kitten/klussen/etc.? We bleken ook nog te moeten lassen; maar ja, tover maar eens zo’n apparaat uit je mouw.
Onze conclusie? LAAT. HET. DAK. MONTEREN. Als we achteraf de balans opmaken, kunnen we niet anders dan iedereen aanraden om het dak er gewoon lekker door een professional in te laten zetten. Die paar honderd euro dat het ons uiteindelijk heeft gescheeld, was dit gekkenhuis niet waard. Maar aan de andere kant; we hebben het wel even geflikt, en zijn dan ook zeer trots op ons hefdakje.
De volgende beproeving? Met Mr. Blue Sky naar het Zwarte Woud knorren.
*Voor de mensen die liever een hotel pakken dan gaan kamperen: een tent kan erg warm worden wanneer de zon er ’s ochtends op schijnt. Je wordt dan lichtelijk de tent uit gebrand – suboptimaal dus.
