Om een camperkenteken te bemachtigen stellen de RDW en belastingdienst een aantal eisen. Zo moet het busje een plek hebben van tenminste 170cm hoog. Dit betekent voor een VW transporter dus er het één en ander verbouwd moet worden. Om dit item te kunnen afvinken van ons to-do-lijstje zijn wij bezig gegaan met het inbouwen van een hefdak – de eerste grote aanpassing aan ons mooie busje.
De belangrijkste aankoop wanneer je in een busje wilt reizen is natuurlijk het busje zelf. Gezien de zwaarte van deze beslissing zou je denken dat we hier wel goed over hadden nagedacht, maar dit was bij ons niet echt het geval. Binnen een week hadden we een bus op marktplaats gespot, bekeken, en gekocht. En toen stond ‘ie ineens bij ons op de stoep. Dat we impulsief zijn is wel vastgesteld inmiddels. Er kwam uiteindelijk toch wat meer bij kijken dan we verwacht hadden, en we delen graag wat er zoal op ons pad kwam in de zoektocht naar en aanschaf van een bus.
Zoektocht & aanschaf
Ons bussie op marktplaats
Toen we eenmaal hadden besloten ons te gaan verdiepen in Vanlife, zijn we op http://www.marktplaats.nl gaan zoeken naar een bus. Al snel werd ons meer duidelijk waar we naar op zoek waren, en werden steeds meer filters toegepast. We kwamen uit op de volgende grove richtlijnen:
Het liefst een bus met 4×4 om lekker off-road te kunnen scheuren
Minder dan 300.000 kilometers op de teller
Niet duurder dan €8000,- inclusief BTW
Een ingebouwde airco
We bleven maar deze (links) advertentie tegenkomen: een knalblauwe VW Transporter, die we al gauw ‘de Smurf’ hadden gedoopt. We besloten de verkoper diezelfde avond nog een bericht te sturen of we de volgende dag konden komen kijken. Want “kijken kan geen kwaad”.
De volgende dag kregen we een berichtje terug, en we zijn eigenlijk meteen op pad gegaan om te gaan kijken. Na een proefrit waren we beiden verliefd; dit moest hem worden! Oké, misschien moeten we er toch nog maar een nachtje over slapen…
Weer een dag later zijn we terug gegaan, en daar hebben we voor een schappelijke prijs van €3449 euro en 71 cent deze Volkswagen op de kop getikt (lekker €50,-afgepingeld hoor). De airco-wens moesten we hiermee helaas laten varen – dan maar een raampje open. Even een paar papiertjes invullen en we zouden kunnen gaan bouwen. Dat dachten we tenminste.
Addertjes onder het gras
Aangezien we beiden nog nooit eerder een auto hadden gekocht, hadden we werkelijk geen idee wat ons te wachten stond. Er waren meerdere dingen waar we tegenaanliepen.
BPM
Belasting op Personenauto’s en Motorrijwielen. Op een bedrijfsauto betaal je hier bijna niets op. Máár, zodra je hem tot een camper bouwt, wordt het opeens een personen- i.p.v. bedrijfsauto. En dan wil de belastingdienst met terugwerkende kracht centen zien. Dit hangt heel erg af van het bouwjaar van je auto; vanaf 17 jaar betaal je als het goed is niks meer als je hem ombouwt. Maar als je dus een redelijk nieuwe bus hebt, kan hier een flink prijskaartje aan hangen.
Wegenbelasting
We wisten wel dat je voor een auto wegenbelasting betaald, maar niet dat dit voor een bestelbus als bedrijfsauto toch best veel was. Als je een camper hebt betaal je maar een kwart van dit tarief, wat neerkomt op iets van €150 per kwartaal in plaats van per maand. Dit scheelt dus aanzienlijk. Je ziet dan ook dat hiermee gesjoemeld wordt – mensen bouwen hun bus om tot de minimale vereisten voor een camper, om hem vervolgens als gewone auto te gebruiken. Maar… onze bus was nog geen camper. En dat betekende dat we het volle pond betaalden. We kwamen er dus achter dat we de bus het beste a.s.a.p. tot camper moesten ombouwen, omdat het anders wel eens dik in de kosten zou kunnen lopen.
Verzekeren
Aangezien de bus een bestelbus was, geregistreerd als bedrijfsauto, was de verzekering heel duur. Toen Arnoud rondbelde met het verhaal dat we een bus hadden gekocht en hem wilden ombouwen tot camper, wilde eigenlijk geen enkele verzekeringsmaatschappij zijn vingers er aan branden. Gelukkig had mijn vader nog een kennis in de verzekerings-business, die ons verder kon helpen. We zijn nu verzekerd, en kunnen deze omzetten zodra de bus is omgebouwd. Maar damn wat hebben we hier even met onze handen in het haar gezeten!
Toch nog even checken…
Wij hebben allebei nihil verstand van auto’s. Even ter illustratie: Anne had nog maar één keer zelfstandig getankt, en Arnoud nog nooit ruitenvloeistof vervangen. Dit maakte het aanschaffen van een bus wat lastiger, omdat we niet wisten op welke mankementen we moesten controleren. Hoort ‘ie dit geluid te maken? Wij hadden geen idee. Je hebt verschillende aanbieders van ‘aankoop checks’, waarbij ze je beoogde auto op eventuele valkuilen controleren. Nu waren wij zo eigenwijs om dit niet te overwegen tot ná de aanschaf. We waren van plan om hem bij de Kwikfit te laten controleren, maar via-via zijn we bij een monteur terecht gekomen die hem kostenloos voor ons is nagelopen – hij is goedgekeurd!
De naam
Natuurlijk kon onze bus niet ongenaamd door het leven gaan, maar na veel resultaatloos gebrainstorm en talloze afgekeurde suggesties hebben we besloten om te wachten tot de juiste naam ons op een gegeven moment te binnen zou schieten. En dat gebeurde. De ‘Smurf’ is gedoopt tot Mr. Blue Sky, naar het liedje van Electric Light Orchestra. Je weet wel:
Sun is shining in the sky,
There ain’t a cloud in sight.
It’s stopped raining, everybody’s in a play
And don’t you know?
It’s a beautiful new day!
Mr. Blue Sky – Electric Light Orchestra
Maar het echte werk begint natuurlijk nu pas! We gaan onze bus zo snel mogelijk RDW-camper-gekeurd zien te krijgen, en daarvoor moeten we flink aan de bak. Op de planning: eerst het hefdak en de ramen erin!